Requiem voor een wingerd


JOHN JANSEN VAN GALEN

Hij was het pronkstuk van de buurt, vooral in het najaar. Toeristen posteerden zich op het middenstuk van de gedempte gracht om foto's te maken van onze gevel, die van de grond tot de nok toe gehuld was in het vlammend rood en geel van het verkleurende gebladerte van een wingerd.
''Wingerd?'' vroeg de opsporingsambtenaar, van Antilliaanse herkomst. ''Wat is dat? Hoe spel ik dat?'' Maar gaandeweg mijn relaas raakte hij onder de indruk. 'Deze plant/struik bedekte de hele gevel van het perceel nummer 16 op de Elandsgracht,' noteerde hij. Ik had mij op het bureau Lijnbaansgracht vervoegd om aangifte te doen van vernieling.
Zo'n wingerd groeit snel en uitbundig. Ooit als nietig stekje naast de voordeur geplant breidde hij zijn stengels en bladeren allengs hoger en breder uit. Tot drie verdiepingen werd het metselwerk gaandeweg aan het oog onttrokkendoor een donkergroene wade, de kozijnen omhuld door een lijst van bladergroen. Levenslustig strekte hij zijn ranken op den duur ook uit naar de vensters en de balkons van de buren.
Omdat we ons konden voorstellen dat ze daar niet allemaal blij mee waren, deden we bij alle omwonenden briefjes in de bus: hebt u bezwaar tegen onze wingerd aan de gevel van uw woning, laat het ons dan weten en wij zullen zorgen dat de uitlopers worden verwijderd. Niemand maakte bezwaar, integendeel: de meesten lieten weten dat ze al dat groen een sieraad vonden.
Alleen de eigenaar van het pand ter linkerzijde mopperde dat die rommel zijn voegwerk aantastte. Voor klimop, waarvan de wortels zich ingraven waar ze maar kunnen, klopt dat. Niet voor een wingerd die zich aan oppervlakten vasthecht. Men kan echter terecht voor schade aan verfwerk vrezen. Wij vroegen dan ook een jonge vriend een ladder tegen de gevel van het belendende perceel te plaatsen en de uitlopers los te snijden.
Een jaar later herhaalde zich dit. Omdat de wingerd inmiddels de derde etage van de buren bereikt had, leek het ons verstandiger een glazenwasser in te huren. Kost een paar centen, maar dat is de lieve vrede in de buurt wel waard.
Dit jaar bleek de boze buurhuisbaas echter op het oorlogspad. Enige weken geleden liet hij weten (niet rechtstreeks aan ons, maar via een derde) dat die groene rotzooi van zijn pand af moest, anders zou hij korte metten maken met die wingerd. Zijn huurders hadden de ranken van de wingerd net naar zich toe gehaald omdat ze zo beeldig van de balkons afhingen. Wij namen ons echter voor na onze vakantie de glazenwasser maar weer eens te bellen.
Toen we vorige zaterdag terugkwamen, hoefde het al niet meer. De boze huiseigenaar bleek kort daarvoor bij ons aangebeld te hebben en had, toen hij geen gehoor kreeg, bij een bedrijfje een zaag geleend waarmee hij vervolgens de stam van de wingerd boven de wortel doorzaagde. Treurig hing een gordijn van stervende blaadjes van onze gevel. Kom maar kijken, of nee, kom maar niet, want je hart breekt.
Wat hier zo erg aan is, is a. de machteloosheid. Je kunt aangifte doen, en dat doe je ook, alleen al om het er niet bij te laten zitten. Je kunt schadevergoeding eisen, want straks zullen de gevels gereinigd moeten worden van de resten van de klimplant. Maar daarmee is de kaalslag niet hersteld, de wingerd blijft dood. ''Wat is de schade?'' vroeg de opsporingsambtenaar. ''Vijftien jaar,'' zei ik. Want voor een paar euro heb je een nieuwe wingerd, maar zo lang zal het duren voor hij zich in zijn oude glorie hersteld heeft. 'Schade onbekend' staat op het aangifteformulier.
Maar erger nog is b. de hufterigheid. Er zijn tegenwoordig te veel mensen die menen dat ze, wanneer ze zich in hun eigendom, respect of ponteneur voelen aangetast, het recht, respectievelijk de zaag, in eigen hand kunnen nemen teneinde duidelijk te maken wie hier de baas is. En het ergste is dat ze daar maar al te vaak te gemakkelijk mee wegkomen. ''Denk erom dat je er niks van zegt,'' dreigde de buurhuisbaas toen hij zag dat iemand hem gadesloeg bij zijn gezaag.
En omdat hij bekend staat als iemand met connecties in weinig zachtzinnige kringen, houdt zo'n ooggetuige dan maar liever zijn mond.
''Brutalen hebben de halve wereld,'' zei mijn moeder al, grimmig. Dat was in de jaren vijftig en sedertdien lijkt het aandeel van de brutalen in de wereld alleen maar verder toegenomen. Ergernis door een wingerd? Weg ermee! Bijl aan de wortel! Doe maar dood! Nu hangen de bladeren aan mijn gevel te verleppen.
Dit was mijn requiem voor een wingerd.

Het Parool, 16-8-2003
____________________________________

terug naar nummer 16

startpagina